Kerk Foudgum
 
Mariakerkfoudgum.nl
 


De Maria Kerk Foudgum
 

Over de oudste geschiedenis van het dorp is weinig bekend. Vermoedelijk was de eerste kerk van hout, en werd ca. 1200 de eerste stenen kerk gebouwd. Hierbij werden bakstenen gebruikt van het formaat 8.5-9 x 15 x 30-31 cm. In de loop van de 14e en 15e eeuw werden bij het bouwen steeds kleinere stenen gebruikt. Het oudste gedeelte van de toren stamt nog uit de tijd dat de eerste kloostermoppen werden gebakken, maar veel oorspronkelijk metselwerk is niet bewaard gebleven.

Verbouw
Aan het eind van de 15e en in de eerste helft van de 16e eeuw is de kerk ingrijpend verbouwd, en werd de oostelijke geveltop van de toren opgetrokken. In de noord- en zuidgevel van de toren zijn de sporen van de verbouwing nog te zien in het verbrokkelde metselverband. De westelijke geveltop werd geheel opnieuw gemetseld. Dit verklaart de vele ankers aan de westzijde van de toren. De verbouwing is gedateerd in de vorm van ankers in de topgevel, die het jaar 1753 vormen. 

 Steen boven deur

De kerk werd in 1807 of 1808 waarschijnlijk wegens bouwvalligheid geheel afgebroken. Over de bouw van de nieuwe kerk staat boven de noordelijke ingang vermeld: Ao 1808 den 2 May heeft Boukje Gosse de eerste steen gelegt aan dit nieuw kerkgebouw oud 2 jaren en ruim 4 maand – toen waren kerkvoogden Gosse Thomas en F de Ja(ger). De eerste steen werd dus gelegd door de dochter van de kerkvoogd. De kerk werd herbouwd in Empirestijl. De kerk heeft aan de oostzijde een driezijdige beëindiging. Opvallend is dat bij de herbouw vrijwel geen materialen van de afgebroken kerk werden toegepast. Alleen de 17e eeuwse kansel bleef bewaard. In 1873 werd de kerk gerestaureerd. Hierbij werden onder andere gietijzeren ramen geplaatst om de vermoedelijk houten ramen te  vervangen.

Exterieur

De kerk is een eenvoudig eenbeukig gebouw. De ongelede toren wordt afgesloten door een zadeldak tussen topgevels, gedekt met zwart geglazuurde gegolfde pannen. Het schip is in 1808 in één bouwcampagne opnieuw opgetrokken. De zuidelijke toegang is na 1808 dichtgemaakt. De rondboogvensters hebben een ijzeren roedeverdeling. Het schip van de kerk wordt gedekt door een zadeldak, belegd met zwart geglazuurde platte Friese pannen. Op de makelaar boven het koor staat een windvaan met het dorpswapen. Volgens S. ten Hoeve staat de vaan sinds 1993 op de kerk en is het in 1987 ontworpen door P. Bultsma. De ganzeveer verwijst naar François HaverSchmidt en de roos is ontleend aan het familiewapen Stensera.

 

 

Interieur

Men komt de kerk binnen aan de noordzijde. Aan de schuine wand in het voorportaal is te zien hoe sterk de toren uit het lood staat: dit is de oostelijke torenmuur. Het kerkinterieur is eenvoudig, en de banken zijn opgesteld als in een gehoorzaal, van achter naar voren zijn ze geleidelijk lager geplaatst. De toegang onder de galerij is een getimmerde wand waarin een rondboogdeur met aan weerzijden schijndeuren. De dubbele paneeldeur wordt geflankeerd door Ionische pilasters, waarop een kroonlijst en een tandlijst zijn gelegd. Hierop rust de balustrade van de orgelgalerij. Aan het plafond hangen vijf oude olielampen (Lampe Universal). In het middenpad liggen drie hardstenen zerken uit de 18e eeuw. In het midden die van de echtgenote van ds. Theodorus Schiere, en aan het eind de zerken van ds. Yteus Altinga en zijn echtgenote. Het pad leidt naar de verhoogde dooptuin in het koor, afgesloten door een hekwerk. Het doophek vormt tevens de rugleuning van de banken van de kerkraadsleden. De eenvoudige preekstoel rust op een kolom met voluten. De kuip dateert vermoedelijk uit de 17e eeuw met aanvullingen uit latere tijd. In de dooptuin staat een eenvoudig onversierd koperen doopbekken op een houten kolom.


Orgel

Op de “nog altoos lege kraak” werd in 1924 een zg. kabinetorgel geplaatst. Het is ca. 1775 gebouwd door J.E. Hageman te Amsterdam en werd in 1843 aangekocht door de Vermaning in Enkhuizen. In 1909 werd het verkocht aan de Vrije Evangelische  kerk in Leeuwarden, waarna het tenslotte naar de Maria Kerk ging. Het instrument lijkt op een kabinet, maar bij het openen van de kastdeuren, die tijdens de restauratie in 1989 opnieuw werden aangebracht, wordt het orgelfront zichtbaar: drie pijpvelden met verguld gietlofwerk. Ook de stijlen tussen de velden zijn versierd. Bij de restauratie bleef de gewijzigde klaviatuur en registratuur gehandhaafd. De stemmen zijn veelal gehalveerd in bas en discant, hetgeen de muzikale mogelijkheden vergroot.

 

Toren

In de toren liggen twee keien afkomstig uit de fundamenten op de hoeken van het westwerk. De gewichten die erboven hangen behoren bij het smeedijzeren slingeruurwerk uit 1640 dat in 1977 gerestaureerd en geautomatiseerd werd.

In de toren hangen twee fraaie luidklokken. De oudste dateert uit 1395. Op de rand staat in vroeggotische letters geschreven: Anno Dni CCC XCV facte h capana ..? mar ma xi av (In het jaar onzes Heren 1395 is het gebeurd dat deze toren(klok) werd gemaakt – wees gegroet Maria van Christus). De andere klok stamt uit 1732. Op deze klok staat het opschrift: “Jan Nicolaas Derck tot Hoorn hergoot mij op de grond en weeg nu na behoren 40 ½ pond – Ao 1732 – Johannes Leopoldus Emanuel Colerus predikant te Foudgum en Raard – Broer Jans Meinema kerkvoogd te Foudgum – joncker Heszel Douwe Ernst van Aylva grietman over Westdongeradeel mede gecommitteerde in de generaliteitsrekenkamer in’s Hage, curator van de academie te Franeker” etc. etc. etc.

 

De kerk is op 15 mei 2007 overgedragen aan de Stichting Alde Fryske Tsjerken. De toren behoort toe aan de burgerlijke gemeente Dongeradeel. Het kerkgebouw wordt nog steeds de 1e en 3e zondag van de maand gebruikt voor de erediensten van de PKN-gemeente Foudgum, Raard en Bornwird.

 

Kerk Foudgum